logo

Arbeidsparticipatie

Jaar 25-34 jaar 35-44 jaar 45-54 jaar 55-59 jaar 60-64 jaar

Percentage 25-64-jarigen met een betaalde baan, 2001-2012 (Bron: CBS) [Percentage][marker=0]

2001 81,3 77,9 69,7 48,2 13,7
2002 80,5 78,3 71,4 51,4 15,7
2003 79,8 77,4 72,4 51,6 18
2004 79,9 77,5 72,8 53,4 18,5
2005 80,5 77,9 73,8 54,4 19,1
2006 82,3 79,7 74,9 55,8 20,8
2007 84,0 81,6 76,7 60,3 24,2
2008 85,3 83,5 78,4 63,4 28,2
2009 84,3 83,3 78,7 65,2 30,1
2010 83,5 82,6 78,6 65,5 32
2011 82,4 82,0 79,0 67,3 34,6
2012 81,6 81,3 78,8 67,8 38,4

Betaalde baan van 12 uur of meer per week. 

Arbeidsparticipatie ouderen afgelopen tien jaar toegenomen

Drie op de vier volwassenen van 25 tot 65 jaar heeft een betaalde baan. Hoger opgeleiden hebben vaker een betaalde baan dan lager opgeleiden [1]. De arbeidsparticipatie van 55-plussers is de afgelopen tien jaar flink toegenomen (zie figuur). Het aantal mensen van 45 tot 55 jaar met een betaalde baan nam ook toe, maar minder hard. De participatie van 25- tot 45-jarigen nam vanaf 2001 eerst toe, en nam na 2008 weer af. Waarschijnlijk vanwege de huidige economische crisis. Dat ouderen meer zijn gaan werken zien we ook in de toename van de gemiddelde pensioenleeftijd. Deze steeg van 61 jaar in de periode 2000-2006 tot 63,6 in 2012.

Categorie Percentage
Betaald werk onder 19-74-jarigen en gezondheid, 2012 (Bron: Gezondheidsmonitor GGD-CBS-RIVM) [Percentage]
Ervaren gezondheid: goed  74,3
Ervaren gezondheid: minder goed 44,7
Mentale gezondheid: goed 72,1
Mentale gezondheid: minder goed 61,8
Lichamelijke beperkingen: nee 71,1
Lichamelijke beperkingen: ja 24,8
Chronische ziekte: nee 79,3
Chronische ziekte: ja 60,7

Gezondheid beïnvloedt arbeidsparticipatie

Gezondheid hangt sterk samen met het hebben van een betaalde baan (zie figuur). Dit geldt voor alle leeftijden en zowel voor laag- als hoogopgeleiden. De relatie tussen gezondheid en arbeidsparticipatie gaat twee kanten uit. Mensen met een minder goede gezondheid hebben een grotere kans om uit het arbeidsproces te vallen [2 - 3] en een goede gezondheid vergroot de kans dat ouderen aan het werk blijven. Opvallend is dat een goede gezondheid ouderen niet helpt om weer aan het werk te komen [4]. Zowel gezonde als ongezonde ouderen krijgen heel moeilijk een nieuwe baan na ziekte of ontslag.

Werken is niet altijd gezond

Arbeidsparticipatie heeft positieve effecten op de gezondheid [5 - 6], maar werken is niet altijd gezond. Er zijn immers ook arbeidsomstandigheden die juist slecht zijn voor de gezondheid, zoals blootstelling aan gevaarlijke stoffen en hoge werkdruk [7].

Zeven op de tien chronisch zieken heeft betaalde baan

Ruim twee derde (68%) van de chronisch zieken tussen de 20 en 65 jaar heeft een betaalde baan. Bij mensen van deze leeftijd zonder ziekte is dat 80% [8]. Het gaat hierbij om zelfgerapporteerde chronische ziekten en een baan van minimaal 12 uur per week. Chronisch zieken werken dus minder dan mensen zonder ziekte, maar dit geldt alleen voor chronisch zieken die beperkingen hebben (40% werkt) of een minder goede ervaren gezondheid (49% werkt). Bijna twee derde deel van de chronisch zieken heeft geen beperkingen en een goede ervaren gezondheid. Van hen werkt eenzelfde aandeel als van de niet chronisch zieken.

  Psychische stoornissen Bewegingsapparaat Overig (incl. onbekend)
Instroom WAO en WIA onder 25-65-jarigen, 2000-2012 (Bron: UWV) [Aantal x 1.000][marker=0]
2000 35,21 26,29 34,67
2001 36,92 27,40 35,61
2002 31,71 24,96 32,10
2003 21,94 16,49 25,29
2004 19,53 13,79 23,59
       
2006 10,34 6,31 14,73
2007 9,212 6,58 17,62
2008 10,64 6,97 15,33
2009 11,10 7,07 16,15
2010 12,38 8,19 18,60
2011 13,18 8,66 18,38
2012 12,07 7,70 15,72

 In 2005 was er nauwelijks instroom, omdat bij de invoering van de WIA als opvolger van de WAO de ziekteperiode is verlengd van één naar twee jaar.
 

Eén op twaalf ontvangt een arbeidsongeschiktheidsuitkering

Eind 2012 kreeg ongeveer 8% van alle 25- tot 65-jarigen een arbeidsongeschiktheidsuitkering (Wajong, WGA, IVA, WAO of WAZ). Bij de 55- tot 65-jarigen was dit 15% en bij de 18- tot 24-jarigen kreeg 4,7% een Wajong-uitkering. De belangrijkste oorzaken van arbeidsongeschiktheid zijn psychische aandoeningen en klachten en aandoeningen aan het bewegingsapparaat (zie figuur). Bij jongeren is de belangrijkste oorzaak een ontwikkelingsstoornis, zoals een verstandelijke handicap of een autistische stoornis. Arbeidsongeschiktheid en werken kunnen ook samen gaan, de helft van de gedeeltelijk arbeidsongeschikten heeft werk naast de uitkering.

Meer informatie

  1. AVO 2007. Aanvullend Voorzieningengebruikonderzoek. Vierjaarlijks uitgevoerd door het Sociaal en Cultureel Planbureau tussen 1979 en 2007.
  2. Oortwijn W, Nelissen E, Adamini S, van den Heuvel S, Geuskens G, Burdof L. Social determinants state of the art reviews - Health of people of working age - Full Report. Luxembourg: European Commission Directorate General for Health and Consumers, 2011.
  3. van der Heide I, Proper K. Relationship between chronic disease and economic activity. In: Harbers M, Achterberg P, editors. Europeans of retirement age: chronic diseases and economic activity. Bilthoven: RIVM; 2012.
  4. Wouterse B. Economic Consequences of Healthy Aging. Proefschrift. Tilburg: Tilburg University; 2013.
  5. Harbers MM en Hoeymans N. Gezondheid en maatschappelijke participatie. Themarapport Volksgezondheid Toekomst Verkenning 2014. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, 2013.
  6. van der Noordt M, IJzelenberg H, Droomers M, et al. 2014. Health effects of employment: a systematic review of prospective studies Occup Environ Med. doi:10.1136/oemed-2013-101891.
  7. Eysink PED, Dekkers S, Janssen P, Poos MJJC, Van der Noordt M, Meijer SM. Ziektelast van ongunstige arbeidsomstandigheden in Nederland. RIVM Rapport 270231002/2014. Bilthoven: RIVM, 2014.
  8. Gezondheidsmonitor GGD'en, CBS en RIVM, 2012.

Home / Heden en verleden / Participatie / Arbeidsparticipatie

Menu