logo

Langer doorwerken

Nieuwe oudere werknemer is hoger opgeleid en minder beperkt

Het aantal 20-65 jarigen neemt af tussen nu en 2030. De potentiële beroepsbevolking blijft echter, met ongeveer 10 miljoen mensen even groot. Dit komt door de geleidelijke stijging van de pensioengerechtigde leeftijd naar 68 jaar in 2030. In 2030 zal ongeveer 0,7 miljoen van de potentiële beroepsbevolking tussen de 65 en 68 jaar oud zijn. Deze nieuwe beroepsbevolking verschilt van de huidige 65-68 jarigen. Zij zijn een stuk hoger opgeleid (28% van deze leeftijdsgroep heeft dan een hogere of universitaire opleiding gevolgd), hebben minder beperkingen, maar wel vaker een of meerdere chronische ziekten (zie figuur).

Langer doorwerken oudere werknemers gaat niet vanzelf

Om oudere werknemers aan het werk te houden moeten werkgevers en werknemers zich samen inzetten op duurzame inzetbaarheid; bijvoorbeeld in fysiek zware beroepen [1 - 2]. Dit vraagt echter wel om aandacht voor belastbaarheid, motivatie en ontwikkeling. Dit om vroegtijdige uitval te voorkomen en de inzetbaarheid op peil te houden. Het initiatief Duurzame Inzetbaarheid (SZW) en het Nationaal Programma Preventie (VWS, BiZa, OCW, SZW, EZ en I&M) vatten duurzame inzetbaarheid daarbij breed op: het doel is om mensen gezond, gemotiveerd én goed geschoold aan het werk te houden. Ook werkplezier en betrokkenheid bij het werk spelen daarin een belangrijke rol [3 - 4].

De ervaring van oudere werknemers beter benutten

We zien de vergrijzing vaak als een gevaar voor de economische welvaart. Hoewel werknemers over het algemeen minder productief worden als ze ouder worden, staat daar vaak een grote hoeveelheid ervaring en kennis tegenover [5 - 6]. Hier kunnen jongere werknemers van profiteren. Door de kennis van oudere werknemers slim in te zetten, hoeft langer doorwerken van ouderen niet altijd een negatief effect op de gemiddelde arbeidsproductiviteit te hebben. Ook gepensioneerde ouderen leveren een bijdrage aan de welvaart, bijvoorbeeld met mantelzorg en vrijwilligerswerk. Door te zorgen voor kinderopvang stellen zij anderen in staat om te werken [7].

Meer informatie

VTV-Themarapport Gezondheid en maatschappelijke participatie

  1. van Vuuren T, Caniëls MCJ, Semeijn JH. Duurzame inzetbaarheid en een leven lang leren. Gedrag & Organisatie. 2011;24(4):357-74.
  2. van der Klink JJL, Bültmann U, Brouwer S, Burdorf A, Schaufeli WB, Zijlstra FRH, et al. Duurzame inzetbaarheid bij oudere werknemers, werk als waarde. Gedrag & Organisatie. 2011;24(4):342-56.
  3. van der Klink J, Burdorf A, Schaufeli W, van der Wilt G, Zijlstra F, Brouwer S, et al. Duurzaam inzetbaar: werk als waarde. Rapport in opdracht van ZonMw ten behoeve van het programma Participatie en Gezondheid. Den Haag: ZonMw; 2010.
  4. NNI. Sturen op duurzame inzetbaarheid van medewerkers Delft: Nederlands Normalisatie Instituut; 2010.
  5. Expertmeeting ‘Zorguitgaven en doelmatigheid van zorg’ ten behoeve van de VTV-2014(6 maart 2014).
  6. de Looze MP, Oeij PRA, Blok MM, Groenesteijn L. Zijn ouderen minder productief? Tijdschrift voor Arbeidsvraagstukken. 2007;23(3):240-9.
  7. Bloom DE, Canning D. The Health and Wealth of Nations. Science. 2000;287(5456):1207-9.
Menu